Zuid-Afrika

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, Pretoria, 10-10-2005

Preambule 

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Zuid-Afrika, geleid door de wens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen teneinde de economische betrekkingen tussen de beide landen te bevorderen en te versterken,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 1. Personen op wie het Verdrag van toepassing is

Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide Verdragsluitende Staten.

Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

  • 1.Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een Verdragsluitende Staat of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.

  • 2.Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende goederen of onroerende zaken, belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.

  • 3.De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn met name:

    • a. in Nederland:

      • i. de inkomstenbelasting;

      • ii. de loonbelasting;

      • iii. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet Continentaal Plat 1965;

      • iv. de dividendbelasting; en

      • v. de vermogensbelasting;

(hierna te noemen: ,,Nederlandse belasting”);

    • b. in Zuid-Afrika:

      • i. de gewone belasting;

      • ii. de secundaire belasting op lichamen; en

      • iii. de bronbelasting op royalty’s;

(hierna te noemen: ,,Zuid-Afrikaanse belasting”);

  • 4.Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen, met inbegrip van belastingen over dividenden, die door een van de Verdragsluitende Staten na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.

HOOFDSTUK II. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 3. Algemene begripsbepalingen

  • 1.Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

    • a. betekenen de uitdrukkingen ,,een Verdragsluitende Staat” en ,,de andere Verdragsluitende Staat” het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) of de Republiek Zuid-Afrika (Zuid-Afrika), naargelang de context vereist;

    • b. betekent de uitdrukking ,,Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan en de daarboven gelegen wateren, en hun natuurlijke rijkdommen;

    • c. betekent de uitdrukking ,,Zuid-Afrika” de Republiek Zuid-Afrika en, wanneer zij in aardrijkskundige zin wordt gebezigd, met inbegrip van de territoriale zee daarvan, alsmede elk gebied buiten de territoriale zee, met inbegrip van het continentaal plat, dat op grond van het recht van Zuid-Afrika en in overeenstemming met het internationale recht aangewezen is of op een later tijdstip aangewezen wordt als een gebied waarin Zuid-Afrika rechtsbevoegdheid heeft of soevereine rechten kan uitoefenen;

    • d. omvat de uitdrukking ,,uitoefenen van een bedrijf” mede het uitoefenen van een vrij beroep en het verrichten van andere werkzaamheden van zelfstandige aard;

    • e. omvat de uitdrukking ,,persoon” een natuurli